| |
- Ace vanaf mini
- Is een service die direct op de vloer komt binnen de lijnen. Hij kan dus niet gepasst worden. (ze konden de bal niet terugspelen)
- Blessure vanaf mini
- Een wond of breuk die veel pijn doet, waardoor je niet meer kan volleyballen. Bijvoorbeeld als je je arm breekt, of als je enkel of je vingers om klappen. Een klein wondje in je vinger noemen we geen blessure, dat omdat je daarmee meestal gewoon door kan volleyen als je er een pleister op doet of zoiets.
- Blok vanaf mini
- Het tegenhouden van een aanval van de tegenstander. Dit hoort met 2 platte handen te gebeuren. Ook kan je met z'n 2-en of 3-en blokken. Er zijn dan 4 of 6 platte handen naast elkaar, dus dan wordt het wel heeeel moeilijk voor de tegenstander om er nog langs te slaan!
- Blokdekking vanaf c-jeugd
- Als de aanvaller in het blok slaat, stuitert de bal weer terug in je veld! Deze kan je dan natuurlijk weer opnieuw passen! Door dicht bij de aanvaller en het blok te gaan staan wordt dit makkelijker, want meestal stuitert de bal ook niet zo ver weg van het blok.
- Blokschaduw vanaf c-jeugd
- Als er een blok is, wordt het voor de aanvaller moeilijker om te scoren. Het stuk van het veld dat achter de handen zit, kan de aanvaller niet meer bereiken met de bal. Dit stuk heet de blokschaduw. Als verdediger moet je altijd zorgen dat je niet in de blokschaduw zit te wachten, want dan krijg je meestal niet zoveel ballen. je kan beter in de ruimte naast de blokschaduw zitten (zie straat/diagonaal)
- Buitenaanvaller vanaf b-jeugd
- Als je systeem speelt (zie systeem), dan is de buitenaanvaller degene die links aan het net aanvalt. Er zijn 2 buitenaanvallers in het veld, want als je achter staat, mag je niet aan het net aanvallen! Dus als de ene achter staat, is de ander voorspeler!
- Circulatievolleybal vanaf mini
- Nieuwe vorm van het volleyballen waarbij de bal veel meer circuleert de spelers meer in beweging zijn dan het "gewone" volleybal. Er zijn 4 niveaus en na niveau 4 wordt er weer minivolleybal gespeeld.
- Coach vanaf mini
- Begeleider van het team tijdens wedstrijden ( geeft aanwijzingen, geeft de opstelling door enz.)
- De Diagonaal vanaf b-jeugd
- Dit is de speler die diagonaal speelt met de spelverdeler. vroeger heette je op deze positie de "libero", maar door de invoering van de "libero" als verdediger is er een nieuwe naam bedacht. Dat is dus. de diagonaal, of in het engels "opposite"
- Doorslaan vanaf c-jeugd
- vanaf c-jeugd Nadat je de bal geslagen hebt met je arm en je hand doorzwaaien, maar niet tegen het net natuurlijk, maar er vlak langs! Als je dit doet, kan je harder slaan!
- Duiken vanaf b-jeugd
- Als je niet bij de bal kan door er naartoe te lopen, dan kan je er naartoe duiken. Zorg wel altijd dat je goed terecht komt. Hoe dit moet kan je zien bij de Techniek pagina van deze site.
- Fixeren vanaf c-jeugd
- Heel erg goed concentreren op iets (dat "iets" moet natuurlijk de bal zijn!)
- Floater vanaf b-jeugd
- Een bal die geslagen is die niet rechtdoor gaat, maar die een beetje zweeft en heen en weer gaat van links naar rechts.
- Follow-through vanaf c-jeugd
- Spreek uit "fallo troe"
engelse term voor doorslaan (zie doorslaan)
- Free-ball vanaf c-jeugd
- Spreek uit "frie bal"
Is een bal die je onderhands of bovenhands van de tegenstander krijgt, zij kunnen niet tot een aanval komen, deze ballen zijn meestal makkelijk te verdedigen.
- Gat vanaf mini
- Plek in het veld waar niemand dichtbij staat. Als daar een bal gespeeld wordt, is het dus lastiger om hem te pakken, want dan moet er eerst iemand naartoe!
- Kill-blok vanaf c-jeugd
- Dit is een aanval die hard in het blok wordt geslagen en direct naar de grond gaat zonder dat er nog een verdediger aan kan komen. De bal valt dus aan de kant van de aanvaller op de grond.
- Knikbeweging vanaf c-jeugd
- Is een beweging waarbij je een deel van je lichaam buigt. Bij het pasen (zie pass) buig je door je knieen, dit noemen sommigen een knikbeweging. Maar meestal als er over een knikbeweging wordt gepraat gaat het over je armen de je dan uitklapt. Eerst hoe je ze gebogen en als je moet pasen knik je ze recht!
- Libero vanaf c-jeugd
- Als je systeem speelt (zie systeem), kan je ook met een libero spelen. Dit is een 7e speler, die alleen mag verdedigen. Hij kan erin net zo vaak inkomen als hij wil voor elke achterspeler, maar hij mag niet serveren! Hij moet er weer uit als hij voorspeler wordt.
- Loopverplaatsing vanaf b-jeugd
- Moeilijk woord voor naar de bal lopen. In plaats van lopen, kan je er ook naar duiken (zie duiken) of naar rollen (zie rollen)
- Middenaanvaller vanaf b-jeugd
Als je systeem speelt (zie systeem), dan is de middenaanvaller degene die midden aan het net aanvalt. Er zijn 2 middenaanvallers in het veld, want als je achter staat, mag je niet aan het net aanvallen! Dus als de ene achter staat, is de ander voorspeler!
- Niveau vanaf mini
- Is eigenlijk hoogte, maar wij gebruiken het op aan te geven hoe goed je kunt volleyballen. Zo begin je in niveau 1 en eindig je bij de mini's bij niveau 6.
- Opposit vanaf b-jeugd
- Engelse term voor de Diagonaal (zie de diagonaal)
- Opstelling vanaf mini
- (Start)positie van de teamleden in het veld
- Pancake vanaf b-jeugd
- Spreek uit: "penkeek", Engels woord, betekent pannenkoek
Als je op de grond duikt (zie duiken), is het de bedoeling dat je je hand zo plat als een pannenkoek op de grond houd zodat de bal goed via je hand opstuitert!
- Pass vanaf mini
- De bal naar de spelverdeler spelen, meestal gebeurt dit onderhands, maar soms is het ook bovenhands, dan lijkt het meer op een set-up, maar het heet nog steeds een pass!
- Passeur vanaf c-jeugd
- de Blokkeerder (zie blok)
- Penetreren vanaf b-jeugd
- Als je een systeem speelt, kan dit. Het gebeurt als de spelverdeler achter staat en wisselt met een voorspeler om te kunnen set-uppen. De spelverdeler mag dan natuurlijk niet aanvallen.
- Prikken vanaf c-jeugd
- Een aanval niet slaan, maar een zacht tikje geven met 1 hand, zodat deze net over of langs het blok in een gat in het veld van de tegenstander beland!
- Rallypoint vanaf mini
- Elke actie wordt een punt ( elke fout levert een punt op voor jezelf of de tegenstander. Voorheen kon je alleen maar een punt halen als jouw team de slagbeurt had)
- Rollen vanaf b-jeugd
- Rollen is een manier om naar de bal te bewegen als de bal hard gaat en laag aankomt. Het voordeel is dat je dan snel weer op kunt staan. Als je doorrolt, komt je namelijk vanzelf weer op je voeten terecht!
- Rotatie vanaf mini
- Ronddraaien/Doordraaien, dat doe je als je weer mag serveren, als de tegenstander dat daarvoor heeft gedaan.
- Service vanaf mini
- De opslag ( bal in het spel brengen )
- Set-upper vanaf mini
- Engelse term voor "opzetter" of "spelverdeler" (zie spelverdeler)
- Side-out vanaf c-jeugd
- Is het terug halen van de serve, komt eigenlijk uit de oude puntentelling toen kon je alleen een punt halen als je zelf de serve had.
Nu wordt het volleybalspel verdeeld in 2 onderdelen namelijk 1.) Serve terug halen (Side Out) en 2.) punt maken vanuit eigen serve.
- Smash vanaf mini
- Harde aanval over het net.
- Spelmodus vanaf b-jeugd
- jeugd Ander woord voor spelvorm (zie spelvorm)
- Spelverdeler vanaf mini
- Hij of zij geeft een set-up (opzet) aan de aanvallers. Dit hoort meestal de 2e bal die gespeeld wordt op een helft te zijn. De bal komt van de passer (dat is de 1e) en gaat naar de aanvaller (dat is de 3e).
- Spelvorm vanaf b-jeugd
- De vorm van een systeem (zie systeem) of van een soort wedstrijd.
Bij een systeem bijvoorbeeld in welke volgorde je aanvallers (zie buitenaanvaller en middenaanvaller) staan en of je wel of niet met een libero (zie libero) speelt.
In wedstrijden: Beachvolleybal is een andere spelvorm, dan zaalvolleybal. 3 tegen 3 is ook weer een andere spelvorm dan 6 tegen 6 enzovoort...
- Straat/Diagonaal vanaf b-jeugd
- Dit heeft met de blokkering te maken, de straat is langs het blok en langs de lijn rechtdoor, diagonaal is voor het blok langs in de korte of lange diagonaal. Je kunt dit vanuit de aanvaller zien of van uit de blokkeerder. De blokkeerder geeft aan dat hij de straat gaat dicht zetten. De aanvaller slaat de bal in de lange diagonaal.
LET OP: Verwar "diagonaal" niet met "de diagonaal". "Diagonaal" is een deel van het veld en "De diagonaal" is een speler in het veld (zie de diagonaal)!
- Switchen vanaf b-jeugd
- Spreek uit "switsjen"
Engelse term voor wisselen. Als je een systeem speelt, geeft dit aan dat je van plek wisselt
- Systeem vanaf b-jeugd
- Als je B-jeugd bent, ga je meestal met een systeem spelen waarin elke speler een vaste positie heeft. Je switcht dan (zie switchen) aan het begin van de rally, om op je plek te komen. Er zijn dan meestal 1 of 2 vaste spelverdelers, 2 middenaanvallers en 2 buitenaanvaller. Als je met 1 vaste spelverdeler speelt is er nog 1 over, die is dan "de diagonaal" (zie de diagonaal). De spelverdeler staat in deze systemen bijna altijd rechtsvoor aan het net.
- Team vanaf mini
- Je medespelers zijn met jou een team, maar ook de tegenstanders zijn met elkaar een team. Iedereen die samenwerkt met hetzelfde doel, is een team!
- Teamgenoot vanaf mini
- Ploeggenoot (je maatje in je eigen team)
- Topspin vanaf c-jeugd
- Is een slagtechniek waarbij de bal voorover draait. Dit doe je door tijdens de slag je pols over de bal te vegen waardoor er een voorwaartse draai aan de bal komt.Als je je hand onder de bal door veegt krijg je backspin.
- Toss vanaf c-jeugd
- Voor de wedstrijd begint moet er gezegd worden door de scheidrechter wie er mag beginnen met serveren. De scheids pakt dan een muntje en de aanvoerder van het team dat op bezoek is mag dan kiezen tussen kop of munt. De scheids gooit dan het muntje in de lucht met een draai en vangt hem weer op. Als de aanvoerder van het bezoekende team gelijk had, mag zijn/haar team beginnen met serveren.
- Trainer vanaf mini
- De leraar die je het volleyballen leert
|
|
|
 |